Kinderlogica

Door: Sander Koppejan

Op een wat rustige nazomeravond liep ik samen met een maatje door een stadje in Zeeland. Ze mochten daar ook hun eerste vrouwelijke burgemeester ontvangen. De klok sloeg zeven slagen, dus ik moest nog haast maken, om bij een van de bekendere winkelketens te komen. Lucht van patat en dat soort lekkernijen kwamen uit verschillende cafetaria’s naar buiten. Verschillende bordjes, in allerlei verschillende soorten en maten, trok de mensen naar binnen.

Omdat het rustig in de winkel was, konden we snel beslissen wat we nodig hadden en zo kwam ik bij de kassa. Voor ons stond een moeder met een jongen van een jaar of vijf, misschien zes jaar. Hij had al een paar keer naar achteren gekeken. Tot de kassajuffrouw zei dat wordt dan tien euro en dertig cent. Waarop onze jongeman zei: mama heeft die man ook vijf-dui-zend gul-den nodig om af te rekenen? Want u moet dat nu wel betalen.
Nee hoor! Je bent denk ik mis, want het zijn geen middeleeuwen meer. (Eigenlijk bedoelde de moeder de 19e eeuw) “Maar mama,” ging het jongetje verder: “de juf zei dat ze in de vroegere eeuwen met guldens betaalden.”
Ik keek die jongen eens aan en gaf hem maar eens een knipoogje, zo van: jij let goed op, op school hoor!

Nadat we alle vier na het afrekenen naar buiten waren gelopen, zei ik nog tegen de kleine man: “Luister jij maar goed hoor op school.” En met nog een dikke knipoog nam ik afscheid van deze jongen.

Later op de avond op een terras, we waren nog even neer gestreken om te genieten van een lekker drankje, moest ik toch weer aan die jongen denken. Hoe noemden ze dat ook al weer? Kinderlogica is toch nog niet zo verkeerd. De zilveren haan van de klok wees aan dat het weer tijd was om op te stappen en richting huis te gaan. Maar zo maak je eens wat mee op een avond.